Brutogewicht containers is verantwoordelijkheid van verlader of expediteur

Containerschip voorkant

De Internationale Maritieme Organisatie heeft voor de verificatieplicht het Safety of Life at Sea-verdrag (SOLAS) aangepast. Het doel is om door de verplichte opgave van juiste gewichten de schepen beter te beladen. 

Een goede belading vermindert de krachten op de zeecontainers en het schip. Dat moet schade aan het schip en verlies van containers tijdens het varen beperken. Dit is ook veiliger voor de bemanning. Echter houdt het kabinet in Nederland rekening met de doorstroming van containers bij de invoering van deze internationale containerweegplicht.

Gewicht opgeven door wegen of berekenen

De verlader of expediteur is verantwoordelijk vanaf 1 juli 2016 voor het opgeven van het juiste gewicht van de container. Hij kan dit doen door iedere container individueel te wegen of door de massa te berekenen. De weging voor de verificatieplicht moet gebeuren met weegapparatuur die voldoet aan nationale en de EU-regelgeving.

Bedrijven mogen het gewicht van de container ook berekenen. De berekening is een optelsom van het gewicht van de container, de lading, verpakking en vastzetmateriaal. De afwijking mag hoogstens 5% zijn. Of 500 kilogram wanneer het gewicht van de container minder dan 10 ton is.

De verlader of expediteur moet de juiste gewichten op een ondertekend document meesturen naar het schip. De gezagvoerder van het schip mag de lading niet meenemen zonder dit document. 

Enkele uitzonderingen op weegplicht

Er zijn enkele beperkte en specifieke uitzonderingen op de weegplicht voor zeecontainers. De verplichting geldt bijvoorbeeld niet voor containers die op een chassis of trailer op een ro-ro-schip worden gereden, dat korte internationale trajecten vaart (denk aan veerboten).

Onlangs publiceerde het ministerie van Infrastructuur en Milieu de Nederlandse invulling van deze internationale wetgeving. Mede op advies van TLN, Fenex, EVO en Fenedex kiest de Nederlandse overheid voor een flexibele methode; een regeling waarbij bedrijven die gebruik willen maken van een gecertificeerde berekenmethode een eenvoudige procedure kunnen toepassen.

Dit betekent dat ieder bedrijf dat deze procedure volgt, automatisch gebruik mag maken van de zogenoemde methode twee. Zij hoeven niet te beschikken over aparte certificeringen, zoals AEO of ISO-certificeringen, of aan andere extra eisen te voldoen. Andere Europe landen gaan hier minder pragmatisch mee om.

Aanvullende informatie over het SOLAS-verdrag kunt u teruglezen op onze website.